|
Hiv is de afkorting van Humaan Immunodeficiëntie Virus (*). Dit virus kan aids veroorzaken Zodra iemand met hiv is besmet, begint hiv het afweersysteem af te breken.
Het afweersysteem verdedigt het lichaam tegen bacteriën en virussen. Het zorgt ervoor dat je geneest van ziekten of helemaal niet ziek wordt. Hiv breekt het afweersysteem af. Hierdoor kan het lichaam zich steeds minder goed verdedigen tegen bacteriën en virussen die je ziek maken.
Aids is een afkorting van Acquired Immune Deficiency Syndrome, letterlijk vertaald: Verworven Immuun Deficiëntie Syndroom.
Vrij vertaald: aids is een afweertekortstoornis die is ontstaan door infectie met een virus: hiv.
Als de hiv-infectie niet tijdig wordt behandeld ontstaat aids, een ziektebeeld waarbij zeldzame infecties en kwaadaardige aandoeningen het lichaam slopen.
Het virus kan zich bevinden in: bloed, sperma, vaginaal vocht, voorvocht en moedermelk. Bij iemand die geïnfecteerd is met hiv bevatten bloed en sperma een hoge concentratie van het virus. In vaginaal vocht en voorvocht is deze concentratie beduidend lager, maar overdracht via deze lichaamsvochten is wel mogelijk.
In andere lichaamsvochten kan het virus wel aanwezig zijn, maar in een veel te lage concentratie om een infectie te kunnen veroorzaken. Speeksel, zweet, traanvocht, urine en ontlasting zijn alleen gevaarlijk als er zichtbaar bloed in zit, en er risico is dat dit rechtstreeks in de bloedbaan van de ander terecht kan komen.
In de dagelijkse omgang met seropositieve mensen loop je geen enkel risico. De kans op infectie bestaat bij onveilige handelingen met bloed, sperma, vaginaal vocht en voorvocht. In de onderstaande informatie wordt uitgelegd om welke onveilige handelingen het gaat.
Onveilig seksueel contact Het inspuiten met eerder gebruikte naalden bij druggebruik Overdracht van een seropositieve moeder op het kind Het gebruik van onveilige bloedproducten of bloedtransfusie met besmet bloed
Dat veel mensen ongerust en onzeker raken als ze met hiv of aids geconfronteerd worden, is wel begrijpelijk, maar meestal onterecht. In de (dagelijkse) omgang met mensen met hiv en aids is er geen risico op een hiv-infectie.
Niet door huidcontact (hand geven). Hiv kan niet door een onbeschadigde huid binnendringen. Een pleister op een wondje biedt voldoende bescherming. Niet door (tong)zoenen. In het speeksel is veel te weinig virus aanwezig om iemand te kunnen infecteren. Niet door toilet en gebruiksvoorwerpen. Het virus kan in de buitenlucht niet blijven leven, dus ook niet op kopjes, bestek, beddengoed etc. Niet door adem, hoesten, niezen, etc.
Je kunt dus gewoon op dezelfde manier met iemand met hiv of aids blijven omgaan. En juist voor een hiv-geïnfecteerde vriend of kennis kan lichamelijk contact en steun heel belangrijk zijn.
Waar je verder ook geen hiv-infectie door kunt oplopen:
Niet door eerste hulp verlenen. Als je de normale hygiëne in acht neemt, dan kan er niets gebeuren. Niet door insecten. Niet via etenswaren. Niet via zwemwater en sauna's.
_________________ gravitation can not be held responsible for people falling in love Albert Einstein
|